Bij de vaststelling van de kinderalimentatie zijn de Tremanormen gebruikelijk om tot vaststelling te komen. Deze normering gaat uit van 2 “invalshoeken”, enerzijds de behoefte en anderzijds de draagkracht. Bij de behoeftebepaling van de kinderen, het geld wat de kinderen kosten, weegt mee wat het inkomen is tijdens het huwelijk, de leeftijd en het aantal kinderen in het gezin. Uitgangspunt is dat naarmate er meer inkomen wordt genoten de kinderen ook meer kosten.
Aan de andere kant weegt bij de vaststelling mee wat de draagkracht is. Als voorbeeld: de kinderen worden na de scheiding voornamelijk verzorgd door de moeder, de moeder heeft geen inkomen, de vader wel. Het kan dan zijn dat de vader niet een zodanig bedrag kinderalimentatie kan voldoen dat geheel aan de behoefte van de kinderen wordt voldaan.
De vader heeft immers ook kosten. De genoemde Tremanormen houden daar rekening mee.
Een kostenpost die de vader heeft is o.a. de woonlast (hypotheek of huur).
In juli 2010 heeft de Hoge Raad een uitspraak van het gerechtshof teruggedraaid omdat daar te veel rekening mee werd gehouden. De kinderalimentatie was eerder naar beneden bijgesteld omdat de man fors toegenomen woonlasten had vanwege aankoop van een woning, verbetering van de woning en aankoop van een weiland. Deels betaald vanuit geld uit de boedelverdeling.
Kortom woonlasten wegen mee. Maar wel alles in redelijkheid.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten